Bodemonderzoek ondergrondse tanks (boot) |
Het ondergronds gaan opslaan of het ondergronds in opslag houden van vloeibare brandstoffen en afgewerkte oliën is geregeld in het Besluit opslaan in ondergrondse tanks (BOOT). Volgens het BOOT is het verplicht een bodemonderzoek uit te voeren bij de ondergrondse opslaginstallatie om de nulsituatie van de bodem (grond en grondwater) vast te leggen. Het doel is een referentieniveau vast te leggen om via een later bodemonderzoek te kunnen vaststellen of door de ondergrondse opslag (aanvullende) verontreiniging van de grond en/of grondwater heeft plaatsgevonden met minerale olie en/of vluchtige aromatische koolwaterstoffen. Bij beëindiging van de ondergrondse opslag en/of sanering van de tank(s) en na calamiteiten schrijft het BOOT een bodemonderzoek voor volgens de verdachte strategie van de NVN-5740 voor het vastleggen van de eindsituatie van de bodem. Uitzondering hierop vormen de tanks die vòòr 1 maart 1996 buiten werking zijn gesteld en niet Hinderwetplichtig zijn: hier is een bodemonderzoek op basis van zintuiglijke waarnemingen voldoende.
Vooronderzoek Eerst wordt op een checklist informatie verzam eld over de locatiegeschiedenis, de brandstofinstallatie, het bodemtype en de resultaten van eventueel eerder uitgevoerd bodemonderzoek. Informatiebronnen zijn het gemeente-archief en de voormalige, huidige en/of toekomstige eigenaren van de brandstofinstallatie.
Onderzoeksstrategie Plaats, diepte en aantal boringen en peilbuizen, a anta l analyses en keuze van het a nalysepakket is afhankelijk van:
- bodemtype; - omvang/opbouw brandstofinstallatie. Er zal onderzoek gedaan worden naar de: - brandstoftank(s); - ontluchtings- en vulpunt(en); - leidingen van en naar de tank(s); - aflev erzuil.
Door morsing bij de afleverzuil en de vulpunten en door overvulling van de tank(s) kan de bovengrond verontreinigd raken. O ndergrondse verontreinigingen ontstaan door breuk en/of lekkage van de tank(s) en/of de leidingen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een loka tie met één tank en situaties met meer tanks (geclusterd) kort (< 10m) v an elkaar. Voor het laatste geval wordt de inhoud van alle tanks opgeteld. Als de afstand onderling > 10m is worde n ze apar t onderzo cht. Afhan kelijk van de (totale) inhoud van de tank(s) worden daar 2 tot 5 boringen gezet,waarvan 1 tot 2 voor de peilbuizen. De boringen worden doorgezet tot minimaal 0,5monderzijde tankbodem. Indien vloeistofdich te vloeren aanwe zig zijn wordt hier niet doorheen geboord. Bij huisbrandolieopslag is het niet nodig de bodem onder de verwarmingsinstallatie te onderzoeken.
Analyses Het opgeboorde bodemmateriaal wordt alleen onderzocht op minerale olie; bij benzinetanks ook nog o p vluchtige arom atische koolwaterstoffen, incl. naftaleen. Het bemonsterde grondwater moet (bijna) altijd geanalyseerd worden op minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen, inclusief naftaleen.
|