|
Meer en meer komt het in ons land voor dat men overlast ondervindt door trillingen: wij wonen dicht bij elkaar en vaak op korte afstand van wegen, spoorlijnen en fabrieken. Rinkelende theekopjes bij voorbij rijdende vrachtwagens of het scheuren van muren in nabijheid van heiwerkzaamheden zijn voor eenieder herkenbare voorbeelden. De overheid probeert normen op te stellen om schade en overlast door trillingshinder tegen te gaan en te beperken.
Beoordeling trillingen
In Nederland bestaan voor trillingen nog geen specifieke wetgeving. In de dagelijkse praktijk gebruikt men bij de beoordeling van trillingen de door de Stichting Bouwresearch opgestelde richtlijnen Deze SBR-richtlijnen behandelen de volgende aspecten:
-
schade aan bouwconstructies en onderdelen daarvan (SBR-richtlijn A);
-
hinder voor mensen in gebouwen (SBRrichtlijn B);
-
beïnvloeding van de werking van gevoelige apparatuur (SBR-richtlijn C).
De eerste richtlijn geeft grenswaarden voor trillingssterkten op onderdelen van gebouwen. Als de trillingssterkte kleiner is dan deze grenswaarden, zal alleen in bijzondere omstandigheden schade kunnen ontstaan. De streefwaarden in richtlijn B zijn afhankelijk van de gebouwfunctie, het type trilling, het tijdstip van de dag en duur van de trillingen. Indien aan de streefwaarden wordt voldaan, dan zullen de trillingen door de meeste mensen als ‘niet-hinderlijk’ worden ervaren. Deze richtlijn wordt momenteel veelvuldiggebruiktin vergunningvoorschriften op basis van de Wet milieubeheer.
De SBR Richtlijn C kent geen grenswaarden.
Situaties worden beoordeeld op basis van informatie die door de fabrikant of leverancier van de trillingsgevoelige apparatuur is aangeleverd. In de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (1998) zijn ook grenswaarden opgenomen voor de beoordeling van trillingen, afkomstig van industriële inrichtingen. In tegenstelling tot de SBR-richtlijnen wordt hier onderscheid gemaakt afhankelijk van het gebied waar de woning is gebouwd. In de SBR-richtlijnen wordt het onderscheid gekoppeld aan de functie van een gebouw, wat voor de meeste overheden reden is om in vergunningvoorschriften voorlopig gebruik te blijven maken van de SBR-richtlijn.
Trillingsonderzoeken
Belangrijke veroorzakers van trillingen zijn (weg-)verkeer, industrie en incidentele heien sloopwerkzaamheden.
-
wegverkeer
Gemeenten en provincies zijn als wegbeheerders verantwoordelijk voor de staat van het wegdek. Uit het oogpunt van verkeersveiligheid streven overheden naar het terugdringen van de voertuigsnelheden. Als hulpmiddelen worden drempels en verkeersplateaus aangelegd. Met behulp van voorspellende berekeningen en door middel van metingen kunnen de gevolgen van deze drempels voor de omliggende woningen bepaald worden. Een noodzaak, want zodra deze voorzieningen in gebruik worden genomen groeit bij de bevolking de ergernis en wordt scheurvorming in woningen gemeld.
-
industrie
In de industrie kunnen machines veroorzakers zijn van trillingen, die over een grote afstand gevoeld kunnen worden.
Slechts door middel van metingen kan de sterkte en de kans op hinder of schade worden vastgesteld. Het beoordelingskader dient in de milieuvoorschriften van het bedrijf te worden vastgelegd.
-
hei- en sloopwerkzaamheden
Hei- en sloopwerkzaamheden ook bouw- en wegwerkzaamheden kunnen gepaard gaan met trillingen. Voorbeelden hiervan zijn sloopwerkzaamheden, het heien van funderingspalen, het slaan of trekken van damwanden en het verdichten van wegfunderingsmateriaal. Ten aanzien van het begrip hinder kan door het kortstondige karakter van dit soort activiteiten een ander regime worden opgelegd, maar voor schade dienen dezelfde regels te gelden als bij andere industriële activiteiten.
Schade of hinder? Bewoners grijpen trillingen die ze voelen vaak aan om hun panden nader te inspecteren. Elke ontdekte scheur wordt in verband gebracht met de ervaren trillingsoverlast. Het is verstandig om voor aanvang van werkzaamheden die gepaard kunnen gaan met trillingen een onderzoek uit te voeren naar het optreden van mogelijke schade en/of hinder door middel van een opname van de woningen nabij de werkzaamheden en door middel van berekeningen van de trillingsoverdracht in de bodem. Tijdens de werkzaamheden of het gebruik van de voorzieningen kunnen trillingsmetingen duidelijkheid verschaffen over het mogelijk optreden van schade en/of hinder.
|